Drempelwaarden allergenen
Drempelwaarden kunnen gebruikt worden om de risico's van kruisbesmetting met allergenen in te schatten. Ook bij toetsing van resultaten van analyses zijn drempelwaarden heel nuttig. Drempelwaarden zijn echter niet te gebruiken om te bepalen of een ingredient in de ingredientendeclaratie opgenomen moet worden. Hiervoor geldt immers een nulgrens, behalve voor sulfiet.
Kruisbesmetting
De vermelding "kan bevatten" (Precautionary Allergen Labelling (PAL) is niet geregeld door Europese regelgeving. Alleen de 14 allergenen welke als ingrdiënt gebruikt zijn, moeten op de verpakking vermeld worden. Onbedoelde aanwezigheid wordt als vrijwillige voedselinformatie beschouwd in Verordening (EU) Nr. 1169/2011. Verschillende Europese lidstaten hebben daarom eigen richtlijnen en regels opgesteld. Nederland is daar één van. Met ingang van 1 januari 2016 moet het gebruik van PAL onderbouwd zijn met een risicobeoordeling op basis van referentiedosissen.
Deze waarschuwing mag alleen gebruikt te worden als als kruisbesmetting optreedt in hoeveelheden die een risico vormen én het niet mogelijk is om deze kruisbesmetting te voorkomen. Voorzorgsmaatregelen dienen -waar mogelijk- altijd genomen te worden, zoals receptuurbeheer, reiniging, goede lay-out van ruimten en apparatuur en reworkprocedures.
Sommige andere landen in Europa hebben ook richtlijnen voor het etiketteren van kruisbesmetting opgesteld. Ook buiten Europa zijn verschillende landen met eigen regelgeving. Zie het overzicht met wetgeving over kruisbesmetting en PAL voor meer informatie.
Referentiedosis
Een referentiedosis (RfD) is de absolute hoeveelheid allergeen eiwit (mg) die veilig is bevonden voor mensen met een allergie. Voor elk allergeen is een eigen grens vastgesteld. Sulfiet is geen eiwit en veroorzaakt andere reacties (vooral bij mensen met astma). Voor sulfiet is dus geen referentiedosis opgesteld, maar geldt een concentratie van 10 ppm. Dit wordt aangehouden voor vermelding in de lijst van ingrediënten en kan ook voor een PAL gebruikt worden.
De reference dose is milligram eiwit van een allergeen product en is dus geen concentratie in mg/ kg (ppm).
Om een referentiedosis om te rekenen naar concentratie (mg eiwit van een allergeen / kg product = ppm) moet de RfD gedeeld worden door de consumptiegrootte:
Actielimiet (mg/kg) = Referentiedosis (mg)/ consumptiegrootte (kilo product per eetmoment)
Dit betekent dat de veilige concentratie (ppm) afhankelijk is van de consumptiegrootte van een product. Des te hoger de consumptie des te lager de veilige concentratie.
De veilige concentratie in het product wordt action level of actielimiet genoemd. Wanneer de concentratie allergeen onder deze grens blijft, wordt geen waarschuwing voor kruisbesmetting op het etiket geplaatst. Bij overschrijding van de actiegrens wordt wel een waarschuwing gebruikt, namelijk 'kan bevatten'.
De referentiedosissen (RfD) in Nederland, België en Duitsland zijn gebaseerd op de geadviseerde waarden door FAO/WHO (ED05). Deze keuze wordt ondersteund door patiëntenorganisaties. Het is ook de verwachting dat deze waarden binnen afzienbare tijd op internationaal niveau worden geharmoniseerd via Codex Alimentarius.
Drempelwaarden in EU landen
(zie abonnement voor overige landen)
| Allergeen/ Referentiedosis |
FAO/WHO |
VITAL 4.0 | Nederland | België | Duitsland | Tsjechië | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Eenheid mg allergeen eiwit (geen ppm*), tenzij anders aangegeven | ED05 | ED05 | ED05 | ED05 | ED05 | ppm berekend op basis van RfD en 100 gr consumptie | ppm allergeen eiwit (vaste grens) |
| Noten | |||||||
| cashew | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 10 ppm | 2,5 ppm |
| amandel | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 10 ppm | 2,5 ppm |
| walnoot | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 10 ppm | 2,4 ppm |
| pecan | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 10 ppm | - |
| pistache | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 10 ppm | 1,0 ppm |
| paranoten | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 10 ppm | - |
| macadamianoten | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 10 ppm | - |
| hazelnoot | 3,0 | 3,0 | 3,0 | 3,0 | 3,0 | 30 ppm | 2,5 ppm |
| Selderij | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 10 ppm | 1,0 ppm |
| Ei | 2,0 | 2,0 | 2,0 | 2,0 | 2,0 | 20 ppm | 2,5 ppm |
| Vis | 5,0 | 5,0 | 5,0 | 5,0 | 5,0 | 50 ppm | - |
| Pinda | 2,0 | 2,0 | 2,0 | 2,0 | 2,0 | 20 ppm | 2,5 ppm |
| Lupine | 10 | 10 | 15 | 10 | 10 | 100 ppm | 1,0 ppm |
| Melk | 2,0 | 2,0 | 2,0 | 2,0 | 2,0 | 20 ppm | 2,5 ppm |
| Mosterd | 1,0 | 1,0 | 0,4 | 1,0 | 1,0 | 10 ppm | 1,0 ppm |
| Sesam | 2,0 | 2,0 | 2,0 | 2,0 | 2,0 | 20 ppm | 2,5 ppm |
| Schaaldieren | 200 | 200 | 200 | 200 | 200 |
250 ppm |
- |
| Soja | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 | 100 ppm | 2,5 ppm |
| Glutenbevattende granen/Tarwe |
5,0 (alleen tarwe) |
5,0 voor alle granen en maximale actielimiet 20 mg gluten/ kg ** |
5,0 voor alle granen en maximale actielimiet 20 mg gluten/ kg ** |
5,0 |
5,0 |
50 ppm (op basis van gluten) |
20 ppm (op basis van gluten) |
| Weekdieren | - | 20 | 20 | 200 | - | - | - |
In rood zijn de afwijkingen weergegeven ten opzichte van het advies van FAO/WHO. Dit advies wordt in het Codex Committee for Food Labelling (pagina 52-53) besproken.
* Een referentiedosis heeft de eenheid mg. Omrekenen naar ppm - mg per kilo- gaat via de formule:
Actielimiet (mg/kg) = Referentiedosis (mg)/ consumptiegrootte (kilo product per eetmoment)
** afkappen naar 20 ppm, zie uitleg in Q&A document NVWA