Nieuwsitem van 07-03-2018

FAVV stelt grenzen voor allergenen vast

Het Wetenschappelijk Comité van het FAVV heeft op 4 december 2017 referentiedosissen voor allergenen gepubliceerd. Hiermee heeft België nationale waarden vastgesteld om te gebruiken bij risicobeoordeling en handhaving op allergenen.
Deze referentiedosissen zijn, voornamelijk door verschillen in keuzes van veiligheidsmarges en statistische modellen, veel hoger dan de waarden welke in Nederland door de NVWA zijn vastgesteld. Ook liggen de Belgische waarden hoger dan VITAL.

Hogere waarden

Het advies is gebaseerd op gegevens uit de wetenschappelijke literatuur in combinatie met de opinie van experts. Er is gebruik gemaakt van nagenoeg dezelfde bronnen als het expertpanel van VITAL en Buro Risicobeoordeling van de NVWA. De grote verschillen tussen de referentiewaarden van VITAL, NVWA en FAVV worden veroorzaakt door andere keuze van het restrisico, toegepaste statistische modellen en nieuwe inzichten uit recent onderzoek van Hourihane et. al.

Vergelijk reference doses

Klik op de tabel voor een vergroting van het overzicht met het vergelijk van de verschillende reference doses en de bijbehorende concentraties bij verschillende consumptiegroottes.

Veilige keuze

De referentiedosissen van het FAVV zijn voornamelijk gebaseerd op de dosis die een objectieve allergische reactie veroorzaakt bij 5% van mensen met een allergie. Dit wordt ED05 (Eliciting Dose) genoemd. De NVWA heeft een voorzichtiger restrisico van 1% (ED01) gebruikt en de laagste uitkomst van beschikbare statistische modellen gekozen.
Bij toepassen van ED01 of ED05 kunnen nog reacties optreden bij zeer gevoelige personen, maar dit zullen naar verwachting milde reacties zijn. De ernst van een allergische reactie hangt namelijk ook samen met de hoeveelheid (dose) van het allergeen dat iemand binnenkrijgt en het voedingsmiddel waarin het allergeen voorkomt.

Voor pinda is recent een grote studie uitgevoerd door Hourihane et.al. met 378 pinda allergische consumenten. Bij hen is onderzocht of de berekende ED05 klopt in de praktijk. Een hoeveelheid allergeen is hierbij als eenmalige dosering (single shot) gegeven. Conform verwachting traden géén ernstige allergische reacties wanneer mensen met een pinda-allergie 1,5mg pinda-eiwit binnen kregen. Het percentage mensen met een reactie was zelfs lager dan 5%. Daarmee kan gesteld worden dat de keuze van FAVV voor 1,1 mg een veilige keuze is. De waarde van NVWA is honderdmaal lager en is, hoewel ook veilig, onnodig laag.

Binnen het Europese project iFAAM is voor melk, ei en hazelnoot ook onderzocht of de berekende ED05 klopt in de praktijk. Deze resultaten worden binnenkort verwacht.

Bij het vaststellen van de VITAL reference doses is veelal de ED05 gebruikt en in een aantal gevallen ED01. Bovendien zijn alle statistische modellen afgewogen en per allergeen geselecteerd. TNO werkt momenteel aan verbetering van de methodiek van statistische modellen. Zodra deze systematiek "model averaging" afgerond is, zal samen met nieuwe wetenschappelijke data, opnieuw een review door het VITAL Expert Panel plaats vinden van de VITAL reference doses.

Harmonisatie nodig

Totdat deze nationale referentiewaarden werden vastgesteld hanteerde FAVV de VITAL waarden. Het is niet duidelijk waarom België ervoor gekozen heeft om afwijkende waarden vast te stellen in plaats van de algemeen geaccepteerde VITAL reference doses te blijven gebruiken. Er zijn nu nog meer verschillen tussen lidstaten. Nederland en België hebben eigen waarden vastgesteld. Andere landen hanteren VITAL of hebben geen beleid.
De Europese Commissie heeft aangekondigd een uitvoeringshandeling op te stellen voor informatie over de mogelijke onbedoelde aanwezigheid in voedsel van stoffen of producten die allergieën of intoleranties kunnen veroorzaken. Europees overleg verloopt echter erg traag en er kan geen consensus bereikt worden. Verschillende interpretaties en nationale invullingen leiden echter niet tot meer duidelijkheid voor fabrikanten en consumenten.

Handhaving

De door het FAVV voorgestelde referentiedosissen zouden niet gebruikt mogen worden als basis voor de bewering dat een product “vrij” is van een specifiek allergeen. Ze zijn bedoeld voor het opsporen van niet-vermelde allergenen en handhaving. Het is echter nog niet duidelijk hoe dit uitgevoerd gaat worden. Het FAVV geeft aan dat het controleprogramma nog herbekeken zal worden.

Vooral de manier waarop met waarschuwingen voor allergenen op een etiket omgegaan zal gaan worden, is van groot belang. Als een product met waarschuwende etikettering (PAL) niet opgenomen wordt in een controleprogramma, kan deze aanpak het gebruik van onnodige waarschuwingen onbewust stimuleren. Anderzijds is het wel nodig om een onderbouwde waarschuwing mee te laten wegen in een risico-afweging bij recalls en productterugroepingen. Het is dus belangrijk dat -naast reference doses- vastgesteld gaat worden onder welke condities een waarschuwing op het etiket geplaatst mag worden. En dus aan welke eisen een goed allergenenmanagementsysteem moet voldoen.

Rekentool

Hoewel de referentiewaarden verschillen tussen de verschillende systemen is de rekenmethodiek gelijk. Een referentiedosis (gesteld in mg) moet omgerekend worden naar een concentratie in een product (mg/kg). Deze veilige concentratie wordt vervolgens getoetst tegen een berekende waarde bij een VITAL berekening of een analyseresultaat bij handhaving.

Met onze rekentool, welke ingezet wordt bij VITAL trainingen, kan met één berekening getoetst worden tegen alle referentiewaarden tegelijkertijd. Ook zijn de gestandaardiseerde consumptiegroottes van de Vereniging van Bakkerij- en Zoetwaren (VBZ) in de tool opgenomen. Net zoals het Belgische Comité aangeeft, dienen deze consumptiegroottes de grootst aannemelijke porties te zijn. Hiervoor wordt de P95 in voedselconsumptiepeilingen gebruikt, met correcties voor meerdere eetmomenten per dag wanneer van toepassing.

Bronnen

Advies SciCom Wetenschappelijk Comite van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (24-2017): Referentiedosissen voor de allergenen die zijn opgenomen in bijlage II van de Verordening (EU) nr. 1169/2011 van 25 oktober 2011  
Studie  Hourihane et. al. (single dose studie pinda): https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/28238744

Leesmeer Meer infoVITAL training