Lactosevrij produceren van voedingsmiddelen

LactosevrijIn de supermarkt zijn veel producten te vinden die lactosevrij zijn. Er is geen Europese norm voor deze claim, alleen voor zuigelingenvoeding. In enkele lidstaten gelden wel nationale richtlijnen. Deze zijn niet gelijk.

Wat staat in de wet?

Alleen voor zuigelingenvoeding is de claim lactosevrij wettelijk geregeld. In de Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/127 is een norm van 10 mg lactose per 100 kcal vastgelegd.  Deze norm is bedoeld ter bescherming van baby's met galactosemie. In de Europese wetgeving zijn nog geen eisen opgesteld voor de claim lactosevrij in reguliere producten. Enkele lidstaten hebben wel nationale eisen voor lactosevrije producten vastgelegd. In Finland, Zweden, Spanje en ook Noorwegen geldt een grens van 100 ppm lactose. Deze norm is ook voorgesteld in de concept Verordening voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen van 2005, maar is daarin uiteindelijk niet opgenomen.
Duitsland kent voor lactosevrije zuivelproducten al geruime tijd nationale regelgeving. Voor deze producten, zoals lactosevrij gemaakte melk en kaas, is een grens gesteld van 0,1 g/100 g (=1000 ppm).
De Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit heeft aangegeven (tijdens het VMT-Food Law Event in juni 2018) bij handhaving de norm van 100 ppm aan te houden.

Verschil lactose-intolerantie en galactosemie

Galactosemie is een zeldzame, maar ernstige stofwisselingsziekte. Galactose komt in de darmen vrij bij het afbraakproces van lactose (melksuiker). Lactose wordt daar gesplitst in glucose en galactose.  Bij galactosemie ontstaan ernstige leverproblemen, doordat dit galactose in de lever niet kan worden afgebroken. Tegenwoordig kan deze stofwisselingsziekte via de hielprik vastgesteld worden, maar vroeger stierven kinderen aan deze ziekte. Voor deze groep mensen is een zeer strikte norm van levensbelang; zij moeten hun leven lang een lactose- en galactosevrij dieet volgen.

Mensen met lactose-intolerantie krijgen geen klachten van galactose. Zij missen het enzym lactase, waardoor lactose niet kan worden afgebroken. Het onverteerde lactose wordt door de darmbacterieën afgebroken. Dat gaat gepaard met productie van gassen en geeft darmklachten, zoals buikpijn, winderigheid en diarree. 

Norm zuigelingenvoeding niet geschikt voor reguliere producten

De Belgische overheid (Federale overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu) hanteert het standpunt dat bij gebrek aan algemene bepalingen rondom de claim lactosevrij, de norm voor zuigelingenvoeding toegepast moet worden voor alle voedingsmiddelen. Dit heeft tot reacties geleid van o.a. de Federatie van de Belgische voedingsindustrie (Fevia). Zij geven aan dat dit niet praktisch toepasbaar is. Bij zuigelingenvoeding is sprake van een vaste calorische inname. Het is namelijk de enige voedingsbron voor zuigelingen. Dit geldt niet voor reguliere producten. Invoeren van de grens van 10 mg lactose/ 100 kcal betekent dat laag energetische producten (zoals dranken met zoetstoffen) een niet-meetbare en onnodig lage grens zullen kennen. Tegelijkertijd zouden producten met een hoge calorische waarde, zoals chocolade (582 kcal/ 100 gram) door toepassing van deze norm juist een te soepele grens (582 ppm) krijgen. Dit levert géén bescherming voor consument met galactosemie.

In de tabel is te zien dat een product, zoals drank met zoetstof, bij toepassing van de norm lactose-vrij voor zuigelingenvoeding maximaal 0,2 ppm lactose zou mogen bevatten. Dit kan met de volgende formule berekend worden:

Energie (kcal/100 g) x norm lactosevrij (=10 mg/100 kcal) x 10 (van 100 g naar 1 kilo) = maximale concentratie lactose (ppm of mg/kg) 

Tabel: Energetische waarden en berekend maximaal lactosegehalte (ppm) bij toepassing van de norm voor zuigelingenvoeding

Product Energie (kcal/ 100 g)

Omgerekend max. concentratie lactose 
(van 10 mg/ 100 kcal naar ppm)

Drank met zoetstof 0,2 0,2
Magere yoghurt 50 50
Griekse yoghurt 120 120
Kaas 365 365
Chocolade 582 582

Om te bepalen of aan de norm voldaan wordt, zou analyse op lactose in combinatie met de voedingswaarde geanalyseerd moeten worden en vervolgens omgerekend moeten worden. Dit levert géén duidelijkheid op voor fabrikanten. Een absolute norm in ppm heeft de voorkeur, zowel voor de fabrikant als voor handhaving.

Communicatie op het etiket

Op sommige lactosevrije producten worden de termen ‘0% lactose’ of ‘zero lactose’ gebruikt. Hiermee wordt een nulgrens gesuggereerd. Bij lactosevrij gemaakte zuivelproducten blijft altijd een rest hoeveelheid lactose in het product over. Daarom is het beter, ook in lijn met glutenvrij, alleen de claim ‘lactosevrij’ te gebruiken. In aanvulling hierop is het vermelden van de gehanteerde grens (100 ppm of 0,01g/ 100g) zinvol of zelfs verplicht volgens Duitse wetgeving.

Alleen een norm voor de claim lactosevrij om mensen met galactosemie te beschermen is echter niet voldoende. Melkproducten kunnen lactosevrij worden gemaakt, bijvoorbeeld door toevoeging van het enzym lactase. Daarbij wordt lactose omgezet in glucose en galactose. Enzymatisch lactosevrij gemaakte melk, ongeacht de norm voor lactose, bevat veel galactose en is gevaarlijk voor mensen met galactosemie. Er is dus géén strengere norm voor de claim lactosevrij nodig maar een waarschuwing als galactose aanwezig is. Dit is ook in Verordening (EU) 2016/127 voorgeschreven: ‘niet geschikt voor zuigelingen/ personen met galactosemie’. 

Daarnaast loopt de groep consumenten met een melkallergie altijd gevaar bij het drinken van lactosevrije zuivelproducten. Lactose (melksuiker) is niet meer aanwezig, maar melkeiwit wel.

Dit is ook de reden dat de Code of Practice van SimplyOK aanvullende etiketteringsvoorwaarden stelt aan gebruik van de claim lactosevrij, namelijk:

  • Niet geschikt voor personen met een melkallergie, als de producten bereid zijn uit melk.
  • Niet geschikt voor personen met galactosemie, bij lactosevrij gemaakte zuivelproducten door een enzymatische behandeling.

Analyse en VITAL 

Lactose veroorzaakt geen allergische reacties, maar een intolerantie. Voor lactose zijn dan ook geen reference doses opgesteld, zoals voor melkeiwit. Het komt dus ook niet voor in de VITAL risicobeoordeling.

Voor analyse van lactose zijn geen sneltesten beschikbaar, maar wel voor melkeiwit. Als kruisbesmetting met melkingrediënten optreedt zal meestal zowel lactose als melkeiwit aanwezig zijn. Sneltesten voor melk kunnen gebruikt worden voor lijncontroles (bijv. vrijgave na reiniging). Als geen melkeiwit aanwezig is, is ook geen lactose aanwezig. Alleen als puur lactose als ingrediënt wordt gebruikt, met een andere verhouding lactose/ melkeiwit (nihil), hebben deze melksneltesten geen zin. Dan kan een laboratoriumanalyse ingezet worden.

Ook bij een lactosevrij claim op een product zal een specifieke lactose-analyse ingezet moeten worden in plaats van een melkeiwitanalyse.

Voor de laboratoriumanalyse van lactose zijn veel verschillende methoden beschikbaar, met elk een eigen meetbereik en detectielimiet. Afhankelijk van de productsamenstelling moet de juiste methode gekozen worden. De gebruikelijke enzymatische laboratoriumanalyse van lactose levert in lactosevrije melkproducten problemen op door de aanwezigheid van andere verstorende suikers. Er is een aangepaste enzymatische methode beschikbaar voor lactosevrije melkproducten. Regelmatig blijkt dat laboratoria toch de verkeerde methode uitvoeren, met te hoge resultaten tot gevolg.
De NEN-normcommissie 'Melk en zuivelproducten' werkt mee aan de ontwikkeling van een internationale norm voor de analyse van lactose die wél geschikt is voor dit type producten. Zolang er nog geen erkende norm is, moet er aandacht zijn voor het kiezen van een juiste methode, zoals een aangepaste enzymatische methode, LC-MS of HPAEC-PAD. Wij bieden een laboratoriumservice waarmee we ondersteunen in keuze van de juiste methode.

Meer weten of hulp nodig?

Neem contact met ons op en wij helpen u graag!

Meer informatielaboratorium analyse Contact opnemen

Bijbehorende nieuwsberichten