Wetgeving


wetgevingHet Nederlandse Warenwetbesluit Etikettering van Levensmiddelen is gebaseerd op etiketteringsrichtlijn 2000/13/EG, die geldt voor alle Europese lidstaten. Richtlijn 2000/13/EG is door diverse latere Richtlijnen gewijzigd. De belangrijkste -wat betreft etikettering van allergenen- zijn 2003/89/EG, 2006/142/EG en 2007/68/EG.

Op 22 november 2011 is de nieuwe Verordening Verstrekking van voedselinformatie gepubliceerd. Deze VERORDENING (EU) Nr. 1169/2011 vervangt bovenstaande Richtlijnen.

 
Allergenenwetgeving  
De 14 allergene stoffen (met inbegrip van alle daarvan afgeleide producten) zijn: 

  1. Glutenbevattende granen: tarwe, rogge, gerst, haver, spelt, kamut
  2. Schaaldieren
  3. Eieren
  4. Vis
  5. Pinda
  6. Soja
  7. Melk (inclusief lactose)
  8. Noten: amandelen, hazelnoten, walnoten, cashewnoten, pecannoten, paranoten, pistachenoten en macadamianoten
  9. Selderij
  10. Mosterd
  11. Sesamzaad
  12. Zwaveldioxide en sulfiet bij concentraties van meer dan 10 mg SO2 per kilo of liter.
  13. Lupine
  14. Weekdieren

Lupine en weekdieren zijn door Richtlijn 2006/142/EG aan deze lijst toegevoegd.    
Ook zijn er diverse overgangsregelingen, o.a. voor wijn, raadpleeg hiervoor onze nieuwssectie. 

  • Deze 14 allergenen moeten op het etiket van een product worden vermeld wanneer één of meer van deze stoffen gebruikt zijn. Het etiketteren van kruisbesmetting is dus niet wettelijk verplicht, want deze allergenen zijn niet als ingrediënt gebruikt! 
  • Dit geldt ook voor sterke dranken, waar een ingrediëntendeclaratie niet verplicht is. In dat geval  moeten de stoffen worden geëtiketteerd door de vermelding "Bevat:" gevolgd door de namen van de gebruikte stoffen.
  • Deze veertien stoffen moeten vermeld worden wanneer ze gebruikt zijn bij de bereiding van voedingsmiddelen. Dit ongeacht in welke vorm (bijvoorbeeld als ingrediënt of technologische hulpstof). Dit geldt ook voor alle producten die afkomstig zijn van de veertien stoffen (derivaten). Er zijn slechts enkele uitzonderingen.  
  • De stoffen moeten met een duidelijke verwijzing naar de naam van het ingrediënt (waarvan de stoffen afkomstig zijn) op het etiket vermeld worden. Dus 'melk' wanneer weipoeder is gebruikt. Dit is niet nodig als de naam van het product duidelijk naar de stof verwijst, zoals een pak gepasteuriseerde melk. Alle Europese vertalingen per allergeen zijn beschikbaar.

  Uitzonderingen

  • De Verordening gaat niet in op het vermelden van mogelijke kruisbesmetting van allergene stoffen. Om op een goede manier met allergenen om te gaan als fabrikant is het echter aan te raden om ook serieus naar kruisbesmetting te kijken. Consumenten kunnen namelijk ook ziek worden van kleine spoortjes van een allergeen. Dit betekent dat de producent een allergenen managementsysteem zal moeten hebben.
  • De etiketteringsverplichting geldt voor alle afgeleide producten en derivaten van de 14 stoffen. Afgezien van sulfiet, zijn er geen wettelijke drempelwaarden. Dat betekent dat een stof die op de lijst staat, altijd geëtiketteerd moet worden. Ongeacht de gebruikte hoeveelheid of procesbewerking. Door bakken of frituren worden de allergenen niet vernietigd, zoals wel eens gedacht wordt!
    Ook voor bijvoorbeeld gluten geldt geen drempelwaarde. De norm voor glutenvrije producten (20 ppm volgens Verordening (EG) 41/2009 en Codex Alimentarius) mag niet gebruikt worden als richtlijn om ingrediënten van glutenbevattende granen al dan niet te vermelden op het etiket.
  • Er zijn een aantal derivaten/ toepassingen waarbij geen allergische reacties optreden. Wetenschappelijk onderzoek is door de European Food Safety Authority (EFSA) beoordeeld. 
    De beoordelingen van EFSA hebben geleid tot een lijst met producten/ toepassingen die uitgezonderd zijn van een expliciete vermelding naar de stof waarvan zij afkomstig zijn.  Bijlage II van VERORDENING (EU) Nr. 1169/2011 ziet er als volgt uit:
Ingrediënten en producten daarvan Met uitzondering van
Glutenbevattende granen (tarwe, rogge, gerst, haver, spelt en kamut en de hybride soorten daarvan)

— glucosestroop op basis van tarwe, inclusief dextrose (1)
— maltodextrinen op basis van tarwe (1)
— glucosestroop op basis van gerst
— granen gebruikt voor de vervaardiging van distillaten of ethylalcohol uit landbouwproducten voor sterke drank en andere alcoholhoudende dranken. 

Schaaldieren geen
Eieren

geen

Vis 

— visgelatine gebruikt als drager voor vitamines en carotenoïdepreparaten (geel/ oranje kleurstoffen)
— visgelatine of vislijm gebruikt als klaringsmiddel in bier, cider en wijn

Pinda geen
Soja

— volledig geraffineerd(e) sojaolie en -vet (1)
— natuurlijke gemengde tocoferolen (E306), natuurlijk D-alfa-tocoferol, natuurlijk Dalfa-tocoferolacetaat, natuurlijk D-alfa-tocoferolsuccinaat van soja (2)
— fytosterolen en fytosterolesters van plantaardige oliën van soja
— fytostanolesters geproduceerd uit fytosterolen van plantaardige oliën van soja

Melk (inclusief lactose)

— wei die wordt gebruikt in distillaten of ethylalcohol uit landbouwproducten voor sterke drank en andere alcoholische dranken
— lactitol

Noten (zie lijst)

— noten die wordt gebruikt in distillaten of ethylalcohol uit landbouwproducten voor sterke drank en andere alcoholische dranken

Selderij 

geen

Mosterd

geen

Sesamzaad geen
Zwaveldioxide en sulfieten (> 10 mg/kg) geen
Lupine geen
Weekdieren geen

(1) en producten daarvan, voorzover het proces dat zij hebben ondergaan naar verwachting niet zal leiden tot een grotere allergeniciteit dan de EFSA in het desbetreffende uitgangsproduct heeft vastgesteld.
(2) vitamine E

 Handleidingen

Allergenen Consultancy heeft de Praktijkgids Allergenen geschreven. Editie 2009 is uitgebracht. Dit praktische boek is zowel een up-to-date naslagwerk op het gebied van allergenen en voedselallergie als een checklist voor het opzetten van uw allergenen management systeem. De Praktijkgids is o.a. gebaseerd op praktijkervaring. Hierdoor zijn veel voorkomende 'valkuilen' benoemd. 
Er is ook achtergrondinformatie opgenomen over voedselallergie, allergenen, de ALBA/ LeDa-lijst en alle relevante wetgeving. Ook buitenlandse wetgeving komt aan bod.

De Voedsel en Waren Autoriteit en FNLI hebben een handleiding opgesteld hoe producten volgens de allergenenbepalingen in Richtlijn 2000/13/EG geëtiketteerd moeten worden. Het is een praktische handleiding maar gaat niet in op kruisbesmetting. Deze handleiding is hier te downloaden.

 Azo-kleurstoffen

In Verordening (EG) 1333/2008 is vastgelegd dat bij gebruik van azo-kleurstoffen een waarschuwing op het etiket gezet moet worden:
“naam of E-nummer van de kleur(en): kan de activiteit of oplettendheid van kinderen nadelig beïnvloeden”. Het gaat hierbij om de volgende azo-kleurstoffen:

  • E102 Tartrazine
  • E104 Chinolinegeel
  • E110 Zonnegeel
  • E122 Carmoisine
  • E124 Ponceau 4R
  • E129 Allurarood

Uitgezonderd voor het plaatsen van deze waarschuwing zijn alcoholische dranken en als de kleurstoffen gebruikt worden voor het stempelen van vleesproducten en eierschalen (Verordening (EU) Nr. 238/2010).
Aanleiding voor deze wetgeving zijn de resultaten van een -omstreden- studie waaruit een verband werd gelegd tussen inname van azo-kleurstoffen door kinderen en allergische reacties en hyperactiviteit.
In UK wordt door de overheid en Food Standard Agency (FSA) geadviseerd om azokleurstoffen geheel uit producten te weren voor eind 2009. Ondertussen heeft EFSA de Europese toelating van azokleurstoffen aan een herbeoordeling onderworpen, waarbij geadviseerd wordt om de ADI (acceptabele dagelijkse inname) voor een drie van deze stoffen te verlagen. Dit advies moet nog in de Europese Commissie besproken worden.