Uitzonderingen


Er zijn een beperkt aantal uitzonderingen op het vermelden van allergene ingredienten in de etiketteringrichtlijn 2000/13/EG vastgelegd door Richtlijn 2007/68/EG. Daarnaast bestaat verwarring de wettelijke invulling van drempelwaarden en kruisbesmetting.

  • De richtlijn gaat niet in op de etikettering van niet-voorverpakte levensmiddelen zoals bij marktkramen en horeca. Januari 2008 is een conceptverordening "Informatieverstrekking aan consumenten" gepubliceerd die Richtlijn 2000/13/EG gaat vervangen. Dan geldt ook een informatieplicht voor de veertien allergenen ook voor niet-voorverpakte levensmiddelen.
  • Het vermelden van mogelijke kruisbesmetting van allergene stoffen is niet wettelijk geregeld. Om op een goede manier met allergenen om te gaan als fabrikant is het echter nodig om kruisbesmetting te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Voor consumenten maakt het namelijk niet uit hoe een allergeen in een product is gekomen maar dat het aanwezig is. Zij kunnen namelijk ziek worden van kleine hoeveelheden van een allergeen. Dit betekent dat de producent een allergenen managementsysteem zal moeten hanteren.
  • De etiketteringsverplichting geldt voor alle afgeleide producten en derivaten van de 14 stoffen. Afgezien van sulfiet, zijn er geen drempelwaarden. Dat betekent dat een stof die op de lijst staat, altijd geëtiketteerd moet worden. Ongeacht de gebruikte hoeveelheid. Ook voor gluten geldt geen drempelwaarde. De (nieuwe) norm voor glutenvrije producten van de Codex Alimentarius (20 ppm) mag niet gebruikt worden als richtlijn om ingrediënten van glutenbevattende granen al dan niet te vermelden op het etiket.
  • Er zijn een aantal derivaten/ toepassingen waarbij geen allergische reacties optreden. Wetenschappelijk onderzoek is door de European Food Safety Authority (EFSA) beoordeeld. De beoordelingen van EFSA hebben geleid tot een lijst met producten/ toepassingen die uitgezonderd zijn van een expliciete vermelding naar de stof waarvan zij afkomstig zijn. De definitieve lijst met allergene ingrediënten inclusief de uitzonderingen is gepubliceerd als Richtlijn 2007/68/EG. Bijlage III bis van Richtlijn 2000/13/EG ziet er nu dan als volgt uit:

Ingrediënten en producten daarvanMet uitzondering van
Glutenbevattende granen (tarwe, rogge, gerst, haver, spelt en kamut en de hybride soorten daarvan)

— glucosestroop op basis van tarwe, inclusief dextrose (1)
— maltodextrinen op basis van tarwe (1)
— glucosestroop op basis van gerst
— granen gebruikt voor de vervaardiging van distillaten of ethylalcohol uit landbouwproducten voor sterke drank en andere alcoholhoudende dranken. 

Schaaldierengeen
Eieren

geen

Vis 

— visgelatine gebruikt als drager voor vitamines en carotenoïdepreparaten (geel/ oranje kleurstoffen)
— visgelatine of vislijm gebruikt als klaringsmiddel in bier, cider en wijn

Pindageen
Soja

— volledig geraffineerd(e) sojaolie en -vet (1)
— natuurlijke gemengde tocoferolen (E306), natuurlijk D-alfa-tocoferol, natuurlijk Dalfa-tocoferolacetaat, natuurlijk D-alfa-tocoferolsuccinaat van soja (2)
— fytosterolen en fytosterolesters van plantaardige oliën van soja
— fytostanolesters geproduceerd uit fytosterolen van plantaardige oliën van soja

Melk (inclusief lactose)

— wei die wordt gebruikt in distillaten of ethylalcohol uit landbouwproducten voor sterke drank en andere alcoholische dranken
— lactitol

Noten (zie lijst)

— noten die wordt gebruikt in distillaten of ethylalcohol uit landbouwproducten voor sterke drank en andere alcoholische dranken

Selderij 

geen

Mosterd

geen

Sesamzaadgeen
Zwaveldioxide en sulfieten (> 10 mg/kg)geen
Lupinegeen
Weekdierengeen

(1) en producten daarvan, voorzover het proces dat zij hebben ondergaan naar verwachting niet zal leiden tot een grotere allergeniciteit dan de EFSA in het desbetreffende uitgangsproduct heeft vastgesteld.
(2) vitamine E