Drempelwaarden


Momenteel wordt erg veel onderzoek naar drempelwaarden gedaan. De minimale hoeveelheid eiwit waarbij allergische reacties optreden geeft inzicht in de kans dat een reactie optreedt. Drempelwaarden kunnen dus gebruikt worden in een risico-analyse, bijvoorbeeld in een HACCP-analyse, om de risico's voor kruisbesmetting in te schatten. Ook bij toetsing van resultaten van analyses zijn drempelwaarden heel nuttig.

De Europese Food Safety Authority (EFSA) heeft op 25 maart 2004 bekend gemaakt dat er onvoldoende wetenschappelijk bewijs is om drempelwaarden vast te stellen. Een kleine hoeveelheid van een allergene stof in een product is dus geen reden om deze niet te etiketteren. Alleen de producten genoemd in Bijlage III bis uit Richtlijn 2007/68/EG mogen uitgezonderd worden van etikettering (naar de herkomst van het allergene ingrediënt).
Het RIVM heeft op 15 mei 2006 een rapport gepubliceerd over de drempelwaarden bij voedselallergie. Ook hier is de conclusie dat het nog niet goed mogelijk is om de minimale hoeveelheid te bepalen waarbij een allergische reactie optreedt.

Recent is een verscherpte norm voor glutenvrije producten vastgesteld. De norm was 200 ppm maar is nu zowel Codex Alimentarius als in Verordening (EG) 41/2009 verlaagd naar 20 ppm. Bij EFSA is een verzoek ingediend om een norm voor lactosevrijproducten bepalen. Daarnaast is een werkgroep van het Ministerie van VWS bezig om drempelwaarden voor allergenen te bepalen.

In Australië wordt een systeem met drempelwaarden (VITAL) gebruikt om duidelijkheid te bieden aan consument en fabrikant. vital grid

Hiermee wordt voorkomen dat etikettering doorschiet. Met name de risico's van kruisbesmetting vindt men soms moeilijk om in te schatten met onnodige waarschuwende etikettering tot gevolg.
De waarden dienen echter met beleid gebruikt te worden. Er zijn namelijk een aantal kanttekeningen te plaatsen:

  • Bij kruisbesmetting zal het allergeen niet altijd homogeen over het product verdeeld zijn. Vaak blijft ergens een kruimel of restje achter. Dat wil zeggen dat het allergeen in wisselende concentraties voorkomt binnen een product of productiecharge. Afhankelijk van de manier van monstername kan een waarde bepaald worden die niet representatief hoeft te zijn voor het gehele product of productiebatch.
  • Monstername en keuze van de analysemethode is cruciaal. Neem altijd een monster waar de hoogste concentratie bij eventuele kruisbesmetting verwacht wordt. De analysemethode moet het specifieke allergeen kunnen aantonen. Sommige testen voor melk meten alleen caseine en dus niet geschikt voor producten met wei. Ook kruisreacties kunnen voor foutieve uitslagen zorgen.

Allergenen Consultancy kan u behulpzaam zijn bij het toepassen van drempelwaarden en het berekenen van kruisbesmettingsrisico's. Hiervoor kunt u contact met ons opnemen. Ook tijdens de cursus "Opzet van een allergenenmanagementsysteem" wordt geoefend het het toepassen en berekenen van drempelwaarden.