Drempelwaarden


Kennis over de minimale hoeveelheid eiwit waarbij allergische reacties optreden geeft inzicht in de kans dat een reactie optreedt. Drempelwaarden kunnen gebruikt worden in een risico-analyse, bijvoorbeeld in een HACCP-analyse, om de risico's voor kruisbesmetting in te schatten. Ook bij toetsing van resultaten van analyses zijn drempelwaarden heel nuttig. Drempelwaarden zijn echter niet te gebruiken om te bepalen of een ingredient in de ingredientendeclaratie opgenomen moet worden. Hiervoor geldt immers een nulgrens, behalve voor sulfiet.
Voor glutenvrije producten wordt in Verordening (EG) 41/2009 een wettelijke norm genoemd van 20 ppm. Deze norm is uitsluitend bedoeld voor de claim glutenvrij (als aanprijzing in woord of als logo). Deze norm heeft dus niets te maken met al dan niet etiketteren of verduidelijken van bepaalde ingredienten in de ingredientendeclaratie.

In Australië wordt een systeem met drempelwaarden (VITAL) gebruikt om duidelijkheid te bieden aan consument en fabrikant. Per mei 2012 is een nieuwe versie (VITAL 2.0) in gebruik. Bij deze aanpassing zijn de meest recente patientengegevens meegenomen. De grootste verandering ten opzichte van de vorige versie is dat de actiegrenzen consumptiegrootte-afhankelijk zijn geworden. Er wordt vanuit gegaan dat de hoeveelheid allergeen eiwit per consumptie bepalend is voor een allergische reactie. Als die hoeveelheid (mg) in een kleine portie aanwezig is, is de concentratie in het product hoger dan als diezelfde hoeveelheid allergeen eiwit in een grotere portie aanwezig is. Bij producten waarvan weinig gegeten wordt mag de concentratie hoger zijn dan bij producten waarvan veel gegeten wordt. Het bepalen van de juiste consumptiegrootte is dus uitermate belangrijk. Dat is meestal niet de portiegrootte waarop de voedingswaarde uitgedrukt wordt maar de maximale consumptie (uitschieters uitgesloten).
Voor de berekening is een rekenmodule beschikbaar. Deze is hier te downloaden.
VITAL berekening 25 gram
Voorbeeld waarbij een consumptiegrootte van 25 gram is ingevuld.
Belangrijk: De drempelwaarden zijn uitgedrukt in mg allergeen eiwit/ kg product. Let hier op bij het toetsen van analyseresultaten!

Met een drempelwaardesysteem wordt voorkomen dat etikettering doorschiet. Met name de risico's van kruisbesmetting vindt men soms moeilijk om in te schatten met onnodige waarschuwende etikettering tot gevolg.
De waarden dienen echter met beleid gebruikt te worden. Er zijn namelijk een aantal kanttekeningen te plaatsen:

  • Bij kruisbesmetting zal het allergeen niet altijd homogeen over het product verdeeld zijn. Vaak blijft ergens een kruimel of restje achter. Dat wil zeggen dat het allergeen in wisselende concentraties voorkomt binnen een product of productiecharge. Afhankelijk van de manier van monstername kan een waarde bepaald worden die niet representatief hoeft te zijn voor het gehele product of productiebatch.
  • Monstername en keuze van de analysemethode is cruciaal. Neem altijd een monster waar de hoogste concentratie bij eventuele kruisbesmetting verwacht wordt. De analysemethode moet het specifieke allergeen kunnen aantonen. Sommige testen voor melk meten alleen caseine en dus niet geschikt voor producten met wei. Ook kruisreacties kunnen voor foutieve uitslagen zorgen.

Allergenen Consultancy kan u behulpzaam zijn bij het toepassen van drempelwaarden en het berekenen van kruisbesmettingsrisico's. Hiervoor kunt u contact met ons opnemen. Ook tijdens de halfdaagse practische training Rekenen met VITAL 2.0 drempelwaarden en de cursus "Allergenen managementsysteem" wordt geoefend het het toepassen en berekenen van drempelwaarden.